En als het dan eindelijk zomer was, en alle tentamens gedaan, schraapten we al het geld bijeen dat we met diverse dubieuze baantjes hadden verdiend, laadden we onze wijnboeken en wat we geleend hadden van de bieb in de Citroën Ami met her en der zeldzame korstmossen - nadat we door de roestige bodem waren gezakt met de Volvo Amazon van de proefclub - en gingen op wijnreis. Proeverijen van importeurs bezoeken en met elkaar blindproeven, dat was natuurlijk reuze leuk en leerzaam, dé manier om wat wijn te weten te komen, maar nu gingen we naar de bron. De boer op.
'U bent de beste wijnboer'
De boeken waren er om te zie wie goed was en wie niet. We stapten met de boeken open op de wijnboer af: 'Volgens deze schrijvers bent u de beste wijnboer hier...' Een uitstekende strategie. En Hugh Johnson's Atlas of Wine (ook in het Nederlands vertaald, uitgegeven bij het Spectrum) was er om de weg te vinden.
Huis-aan-huis proeven
In die pittoreske Elzasdorpjes kun je zo ongeveer huis-aan-huis proeven. Ideaal doel van onze eerste wijnreis. Halverwege de eerste ochtend waren we daar niet meer zo zeker van. Een Elzasboer maakt al gauw zo’n twee, drie dozijn verschillende wijnen, en die wil hij graag met je delen. Zelfs van goede wijn is dat veel, en dit adres was een misstap. Geen begenadigd wijnmaker. Wel een buitengewoon hartelijke en gastvrije wijnmaker, dus hij schonk vrolijk voort, gezellig tegen ons aanouwehoerend in onverstaanbaar dialect.
Jammer dat hij zo te ruiken al een paar jaar vergeten was z'n tanden te poetsen. Of was dat nou het bouquet van de gewurztraminer? De proeverij begon met van iedere druif het instapmodel, daarna de middenklasse, luxeversie, zoetig, heel zoet...
Wankelend stonden we op. 'Ah messieurs, om de mond schoon te maken: een schuimwijn!' Gelukkig maakte hij er slechts drie. Toen hij over z’n eau-de-vie’s begon zijn we zonder ceremonieel gevlucht. Buiten in de frisse lucht zworen we plechtig niet meer af te stappen van ons lijstje uitverkoren wijnboeren.
Plaats een nieuwe reactie